Een internationaal onderzoeksteam van de Universiteit van Texas in San Antonio (UTSA) heeft onlangs een belangrijke ontdekking gedaan. Ze ontdekten goed bewaard gebleven chemisch bewijs van chitine in trilobietfossielen die meer dan 500 miljoen jaar oud zijn. Deze ontdekking daagt niet alleen het traditionele begrip van de wetenschappelijke gemeenschap over de bewaartermijn van biologische koolstof uit, maar biedt ook een nieuw perspectief voor het begrijpen van de koolstofcyclus van de aarde op de lange termijn. De onderzoeksresultaten zijn gepubliceerd in het tijdschrift "PALAIOS", dat zich richt op paleontologische en sedimentologische gegevens.

Trilobieten, een van de meest herkenbare fossielen op aarde, worden lange tijd gezien als minerale momentopnamen van het oude zeeleven. Dit onderzoek doorbreekt dit stereotype echter. Chitine is een taai organisch polymeer dat veel voorkomt in moderne krabbenschelpen, exoskeletten van insecten en celwanden van schimmels. De inhoud ervan komt na cellulose op de tweede plaats en is het op één na meest voorkomende organische polymeer in de natuur. Lange tijd heeft de wetenschappelijke gemeenschap algemeen aangenomen dat chitine snel verdwijnt als gevolg van microbiële ontbinding en chemische afbraak na de dood van een organisme. Deze studie, geleid door Elizabeth Bailey, universitair docent aard- en planetaire wetenschappen aan de UTSA, is echter de eerste die aantoont dat dit organische materiaal onder specifieke begraafomstandigheden honderden miljoenen jaren in het geologische record kan blijven.
Professor Bailey wees erop dat deze studie bewijst dat chitine veel langer in het geologische archief heeft standgehouden dan verwacht. De betekenis van deze ontdekking beperkt zich niet tot het gebied van de paleontologie, maar heeft ook belangrijke implicaties voor het begrip van hoe organische koolstof gedurende lange geologische perioden in de aardkorst wordt opgeslagen. Uit onderzoek blijkt dat, omdat kalksteen wordt gevormd uit de ophoping van biologisch materiaal en vaak chitineproducerende organismen bevat, dit betekent dat kalksteen een belangrijke rol speelt in het koolstofvastleggingsproces op de lange termijn en nauw verband houdt met de regulering van het kooldioxidegehalte op aarde.
Het onderzoek naar dit project begon tijdens het postdoctorale onderzoek van professor Bailey aan UC Santa Cruz en werd gefinancierd door de Heising-Simons Foundation. Professor Bailey brengt een planetair wetenschappelijk perspectief in dit werk, waarbij ze haar professionele achtergrond in stratigrafie, veldgeologie en de interactie van biologische materialen met de koolstofcyclus van de aarde combineert. Ze zei dat het opnieuw bekijken van deze oude en iconische fossielengroepen door middel van moderne analytische technieken niet alleen de duurzaamheid van biomoleculen in de diepe tijd onthult, maar ook nieuwe richtingen opent voor toekomstig door studenten geleid onderzoek, vooral met behulp van UTSA's Early Earth Laboratory om de overlevingsmechanismen op lange termijn van organische moleculen in geologische materialen te onderzoeken.