Dagelijks drinken van koffie en thee lijkt effectief te zijn bij het voorkomen van de ziekte van Alzheimer en andere vormen van cognitieve achteruitgang, blijkt uit een groot, langdurig onderzoek uitgevoerd door Harvard University, Mass General Brigham en het Massachusetts Institute of Technology (MIT). Het onderzoek, gepubliceerd in het Journal of the American Medical Association (JAMA), levert nieuw bewijs voor de potentiële neuroprotectieve effecten van cafeïne.

De onderzoekers voerden een diepgaande meta-analyse uit van gegevens uit twee grote langetermijngezondheidsstudies: de Nurses' Health Study, waarin vrouwelijke geregistreerde verpleegkundigen werden gevolgd van 1976 tot 2023, en de Medical Professionals Follow-up Study, waarin mannelijke medische professionals werden gevolgd van 1986 tot 2023. Na het uitsluiten van monsters die bij aanvang ernstige ziekten hadden, onredelijke voedingsgegevens hadden of geen cafeïne-inname rapporteerden, bereikte het totale aantal deelnemers in de analyse 131.821, en de follow-uptijd bedroeg maar liefst 43 jaar.
Om de nauwkeurigheid van de resultaten te garanderen, gebruikte het onderzoeksteam het Cox-regressiemodel, een statistisch hulpmiddel, om factoren aan te passen zoals de leeftijd van de deelnemers, de rookstatus, de body mass index (BMI), bewegingsgewoonten, alcoholgebruik, geschiedenis van depressie, familiegeschiedenis van dementie en drugsgebruik. Deze stap stelde de onderzoekers in staat om verstorende variabelen te elimineren en zich te concentreren op het onafhankelijke verband tussen de inname van cafeïne en het risico op dementie. De resultaten waren opvallend: vergeleken met degenen met de laagste inname hadden degenen met een hogere koffie-inname een 18% lager risico op het ontwikkelen van dementie, en degenen met een hogere thee-inname hadden een 14% lager risico. En wanneer de cafeïne-inname uit alle bronnen, inclusief koffie, thee en andere dranken, werd gecombineerd, hadden degenen met de hoogste inname een 22% lager risico op dementie. Met name het drinken van cafeïnevrije koffie vertoonde geen vergelijkbaar beschermend effect.
Hoewel de gegevens spreken van een ‘maximale’ inname, betekent dit niet dat overmatige consumptie nodig is. Uit gegevens blijkt dat het drinken van 2 tot 3 kopjes koffie of 1 tot 2 kopjes thee per dag het beste voordeel oplevert, wat ongeveer overeenkomt met een dagelijkse inname van 300 mg cafeïne. Het overschrijden van deze dosis biedt geen aanvullende bescherming. De onderzoekers leggen uit dat cafeïne mogelijk werkt door adenosinereceptoren te blokkeren, wat niet alleen de synaptische signalering verbetert, maar ook de vorming van bèta-amyloïde plaques geassocieerd met de ziekte van Alzheimer kan remmen. Bovendien kan cafeïne een positieve invloed hebben op de gezondheid van de hersenen door het ontstekingsniveau te helpen verminderen en de bloedvatfunctie en insulinegevoeligheid te verbeteren. Vooral theedranken, de daarin aanwezige polyfenolen en L-theanine, kunnen ook oxidatieve stress weerstaan en de cerebrovasculaire functie ondersteunen.
Deze bevinding weerspiegelt verschillende recente onderzoeken naar de voordelen van cafeïne, waaronder het potentieel ervan om gezond ouder worden te bevorderen, het geheugen te verbeteren, atriale fibrillatie te voorkomen en het risico op hoofd- en nekkanker te verminderen. Daniel Wang, een van de hoofdauteurs van het onderzoek, benadrukte echter dat dit een observationeel onderzoek was en nog geen oorzaak en gevolg kan vaststellen. Hij merkte op dat, hoewel de resultaten bemoedigend zijn, de effectgrootte relatief klein is en dat overmatige inname van cafeïne kan leiden tot slaapstoornissen en cardiovasculaire belasting. Daarom moet een matige consumptie van cafeïnehoudende koffie of thee worden beschouwd als een van de veelomvattende strategieën om de cognitieve functie bij ouderen te beschermen, en niet als een wondermiddel.