Nieuw onderzoek toont aan dat chronische ziekten (zoals diabetes, kanker, artritis) steeds vaker voorkomen bij verschillende diergroepen, van huisdieren tot wilde dieren, en dat menselijke activiteiten grotendeels verantwoordelijk zijn voor dit fenomeen. Tegenwoordig ervaren honden, katten, koeien, schildpadden en andere dieren gezondheidsproblemen zoals kanker, obesitas, diabetes en gewrichtsdegeneratie.
Het begrijpen van de oorzaken van de toename van deze niet-overdraagbare ziekten (NCD's) is niet alleen relevant voor het dierenwelzijn, maar is ook van cruciaal belang voor de menselijke gezondheid. Het huidige alomvattende interdisciplinaire onderzoek naar chronische ziekten bij dieren is echter nog steeds beperkt.

Een nieuwe studie gepubliceerd in het tijdschrift Risk Analysis biedt wetenschappers een nieuw conceptueel raamwerk voor het monitoren en beheersen van chronische ziekten bij dieren. De studie, geleid door dierwetenschapper Antonia Mataragka van de Landbouwuniversiteit van Athene, stelt een op bewijs gebaseerd risicobeoordelingssysteem voor en wijst erop dat mensen en dieren met soortgelijke uitbraken van chronische ziekten worden geconfronteerd, wat vraagt om meer aandacht voor de volksgezondheid.
Door een grote hoeveelheid literatuurgegevens over NCD's bij dieren te analyseren, bleek uit de studie dat de biologische en ecologische drijvende krachten achter de ziekte wijdverspreid zijn. Genetische gevoeligheid is bijzonder cruciaal: als gevolg van selectief fokken lopen bepaalde groepen dieren een verhoogd risico op het ontwikkelen van ziekten zoals diabetes en hartklepaandoeningen. Raszuivere katten en honden en hoogproductief vee dat gefokt is voor specifieke uiterlijkheden hebben bijvoorbeeld veel hogere ziektecijfers dan de algemene bevolking.
Omgevingsstress kan ook het ziekterisico vergroten. Het is bewezen dat slechte voeding, gebrek aan lichaamsbeweging en chronische stress belangrijke oorzakelijke factoren zijn bij alle soorten.
Onderzoek noemt typische gevallen van de toename van chronische ziekten bij verschillende dieren. Meer dan de helft van de huiskatten en honden is bijvoorbeeld zwaarlijvig, wat direct leidt tot een toename van het aantal gevallen van diabetes bij katten; ongeveer 20% van de intensief gehouden varkens zal artrose ontwikkelen; Bij waterdieren komt gastro-intestinale kanker veel voor bij beluga-walvissen, en komt het cardiomyopathiesyndroom voor bij gekweekte Atlantische zalm. In de estuariene ecologie die wordt beïnvloed door industriële vervuiling (zoals polycyclische aromatische koolwaterstoffen en PCB's), is de incidentie van levertumoren bij wilde dieren zo hoog als 15% -25%.
Mataragka wees erop dat ernstige verstoringen in ecosystemen een belangrijke reden zijn voor het bevorderen van ziekte-epidemieën. Menselijke activiteiten zoals verstedelijking, ontbossing en klimaatverandering verergeren de schadelijke blootstelling aan het milieu. De opwarming van de oceaan en de afbraak van koraal zijn in verband gebracht met een toename van tumoren bij vissen en zeeschildpadden. Ondertussen veroorzaken hittestress en stedelijke vervuiling ook obesitas, diabetes en afwijkingen aan het immuunsysteem bij huisdieren, vogels en andere zoogdieren.
"Terwijl veranderingen in het milieu de uitbraken van ziekten versnellen, heeft het ontbreken van een systeem voor vroege diagnose van chronische ziekten bij dieren geresulteerd in een ernstige vertraging bij de detectie van ziekten." Mataragka benadrukte: "Hoewel de Wereldgezondheidsorganisatie gedetailleerde statistieken heeft over de sterfte door NCD's bij mensen, zijn vergelijkbare gegevens voor dieren uiterst schaars. Dit onderstreept de urgentie van het versterken van de veterinaire gezondheidsmonitoring en het fundamenteel onderzoek."
De studie analyseerde kwantitatief de prevalentie van NCD bij meerdere soorten en sorteerde systematisch de risicofactoren voor de ziekte. Het document beveelt preventie en interventie aan op vier niveaus: individueel, groep (kudde), ecosysteem en beleid. De resultaten laten zien dat vervuiling, verlies van leefgebied, onevenwichtige voeding, klimaatstress, enz. allemaal het risico op chronische ziekten van dieren aanzienlijk verhogen.
Het door Mataragka voorgestelde monitoringkader combineert de twee concepten ‘One Health’ en ‘Ecohealth’ en benadrukt het nauwe verband tussen het welzijn van mens, dier en milieu. Het model laat zien dat genetische gevoeligheid in wisselwerking staat met omgevings- en sociale factoren om soortgelijke chronische ziekten bij verschillende organismen te bevorderen.
Ze hoopt dat dit interdisciplinaire raamwerk een meer uniforme monitoring van de gezondheid van mens, dier en milieu kan bevorderen, vroegtijdige waarschuwing voor ziekten kan bewerkstelligen en de last van chronische ziekten voor alle soorten levensvormen kan verminderen.
Samengesteld uit /ScitechDaily