Uit het laatste onderzoek blijkt dat Chinese wetenschappers hun leiderschap in internationale samenwerkingsprojecten snel vergroten. Volgens een onderzoek in de Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS) hebben Chinese wetenschappers leiderschapsrollen op zich genomen in meer dan de helft van de Chinees-Britse samenwerkingsprojecten en wordt verwacht dat ze de komende jaren hetzelfde niveau van leiderschap zullen bereiken in de samenwerking met Europa en de Verenigde Staten.


Een onderzoeksteam onder leiding van de Universiteit van Chicago in de Verenigde Staten analyseerde gegevens uit bijna zes miljoen artikelen en gebruikte op innovatieve wijze twee indicatoren: ‘leiderschapsaandeel’ en ‘leiderschapspremie’ om het recht van spreken in wetenschappelijk onderzoek te meten. Uit gegevens blijkt dat het Chinese leiderschapsaandeel in de Chinees-Amerikaanse samenwerking is gestegen van 30% in 2010 naar 45% in 2023. Er zijn echter nog steeds duidelijke hiaten op belangrijke gebieden als kunstmatige intelligentie en halfgeleiders, en de verwachting is dat het tot 2030 zal duren voordat deze achterstand is ingehaald.

Het is vermeldenswaard dat er aanzienlijke verschillen in het veld bestaan ​​in deze verbetering van het leiderschap in wetenschappelijk onderzoek. Hoewel er snel vooruitgang is geboekt op het gebied van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, wordt het nog steeds geconfronteerd met een dilemma op kerntechnologiegebieden die ontwrichtende innovatie vereisen. Sommige deskundigen zeiden botweg dat deze structurele onevenwichtigheid een belangrijke uitdaging voor China is om van een groot wetenschappelijk onderzoeksland naar een machtig land te evolueren.

Het onderzoek bracht ook een contra-intuïtieve conclusie aan het licht: als de Verenigde Staten de samenwerking met China op belangrijke gebieden zoals kunstmatige intelligentie en kwantumcomputers stopzetten, zal de eigen vooruitgang op wetenschappelijk onderzoek zware verliezen lijden. Dit laat zien dat het mondiale ecosysteem voor wetenschappelijk onderzoek een patroon van diepe onderlinge afhankelijkheid heeft gevormd, en dat eenzijdige ontkoppeling alleen maar tot een verlies-verliessituatie zal leiden.

Deze studie doorbreekt ons traditionele begrip van leiderschap in wetenschappelijk onderzoek. Het toont niet alleen de substantiële verbetering van China's wetenschappelijke onderzoekskracht aan, maar onthult ook de belangrijkste knelpunten die nog moeten worden overwonnen bij het opbouwen van een wetenschappelijke en technologische macht. In een kritieke periode van herstructurering van het mondiale wetenschappelijke onderzoekslandschap zal het evenwicht tussen onafhankelijke innovatie en internationale samenwerking een beslissende factor worden die het toekomstige landschap van wetenschappelijke en technologische concurrentie zal beïnvloeden.