Op een internationale top over het verantwoord gebruik van kunstmatige intelligentie (AI) op militair gebied op donderdag stemde ongeveer een derde van de deelnemende landen ermee in zich aan te sluiten bij een gezamenlijke verklaring gericht op het reguleren van de inzet van deze technologie in oorlogsvoering, maar noch de Verenigde Staten noch China, de militaire en technologische machten van de wereld, ondertekenden het document.

Verschillende vertegenwoordigers die de bijeenkomst bijwoonden, onthulden dat vanwege de huidige spanningen tussen de Verenigde Staten en enkele Europese bondgenoten, evenals de onzekerheid bij alle partijen over de toekomstige richting van de transatlantische betrekkingen, sommige landen op dit moment voorzichtig zijn met het ondertekenen van gezamenlijke documenten, waardoor de reikwijdte van de verklaring wordt aangetast.

De toezegging benadrukt de groeiende bezorgdheid onder regeringen dat de snelle ontwikkeling van kunstmatige intelligentie in militaire toepassingen de overeenkomstige regels en beperkingen zou kunnen overtreffen, waardoor het risico op ongelukken, misrekeningen of onbedoelde escalatie van situaties zou toenemen. De Nederlandse minister van Defensie Reuben Brekelmans wees erop dat landen op dit gebied met een soortgelijk ‘gevangenendilemma’ worden geconfronteerd: aan de ene kant hopen ze risico’s te voorkomen door verantwoorde beperkingen op te leggen, maar aan de andere kant zijn ze bang dat ze hun eigen handen zullen binden in de concurrentie met potentiële tegenstanders.

Blakemans zei dat Rusland en China “zeer snelle vooruitgang boeken” in de ontwikkeling van militaire kunstmatige intelligentie. Dit zet andere landen er niet alleen toe aan om de opbouw van hun eigen militaire AI-capaciteiten te versnellen, maar versterkt ook de urgentie van het bevorderen van regels voor ‘verantwoord gebruik’. De twee moeten gelijktijdig oprukken.

In totaal namen 85 landen deel aan de top ‘Responsible AI in the Military Domain (REAIM)’ in La Coruña, Spanje. Uiteindelijk ondertekenden slechts 35 landen donderdag het document met twintig principes. De principes omvatten het opnieuw bevestigen van de uiteindelijke menselijke verantwoordelijkheid voor met AI uitgeruste wapensystemen, het aanmoedigen van de oprichting van duidelijke commando- en controleketens, en het delen van informatie over de respectieve nationale regelgeving “zonder de nationale veiligheid in gevaar te brengen.”

Het document benadrukt ook het belang van het uitvoeren van risicobeoordelingen van militaire AI-capaciteiten, het uitvoeren van adequate tests en verificaties, en het trainen en opleiden van personeel dat gerelateerde systemen bedient.

Op de twee voorgaande militaire AI-topconferenties in Den Haag in 2023 en Seoel in 2024 hadden ongeveer zestig landen – met uitzondering van China, maar inclusief de Verenigde Staten – gezamenlijk een niet-juridisch bindende ‘actieblauwdruk’ met een relatief principiële inhoud gesteund. Hoewel het document van dit jaar ook niet juridisch bindend is, zegt Yasmin Afina, onderzoeker bij het United Nations Institute for Disarmament Affairs en adviseur van het proces, dat sommige landen zich nog steeds ongemakkelijk voelen bij het goedkeuren van specifieker beleid.

De belangrijkste ondertekenaars van de verklaring zijn Canada, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Nederland, Zuid-Korea en Oekraïne.