Een nieuwe studie onder leiding van onderzoekers van de Australische Charles Sturt Universiteit toont aan dat tekenen van aangeboren treponemale ziekte in archeologische overblijfselen mogelijk niet direct een bewijs zijn van seksueel overdraagbare syfilis. Deze bevinding schudt een belangrijke beoordelingsnorm op die al lang wordt gebruikt op het gebied van de medische geschiedenis en paleopathologie.

Het onderzoeksteam analyseerde de skeletten van kinderen uit vele prehistorische vindplaatsen in Noord- en Zuid-Vietnam van ongeveer 4000 tot 3200 jaar geleden, en bevestigde in een artikel gepubliceerd in het "International Journal of Osteoarchaeology" dat de stoffelijke resten van drie kinderen duidelijk bewijs vertoonden van aangeboren treponemale ziekten, zoals syfilis, yaws en endemische ziekten. syfilis. De onderzoekers merkten op dat deze laesies zich manifesteerden in karakteristieke gebitsdefecten en botlaesies, wat aangeeft dat de bijbehorende infecties waarschijnlijk in de baarmoeder van moeder op baby werden overgedragen.

De onderzoekers benadrukten echter ook dat deze gevallen, gezien het grotere verspreidingspatroon in de populatie, eerder overeenkomen met een niet-seksueel overdraagbare treponemale ziekte, zoals yaws, dan met syfilis in de traditionele zin van het woord. Yaws is een tropische ziekte die wereldwijd nog steeds meer dan 150.000 mensen treft en blijvende invaliditeit kan veroorzaken.

Melandri Flock, eerste auteur van het artikel en docent anatomie en fysiologie aan de Charles Sturt Universiteit, zei dat de ontdekking van tekenen van aangeboren infectie in archeologische overblijfselen al tientallen jaren vaak wordt beschouwd als een sterk bewijs van de aanwezigheid van seksueel overdraagbare syfilis. Maar hun onderzoek toont aan dat deze gevolgtrekking niet altijd waar is, en dat andere treponemale ziekten in het verleden mogelijk van moeder op kind zijn overgedragen.

Deze studie analyseerde in totaal 309 individuen uit 16 archeologische vindplaatsen in Vietnam, over een tijdspanne van ongeveer 10.000 tot 1.000 jaar geleden. In alle monsters vertoonden slechts drie kinderen duidelijke tekenen van een aangeboren infectie, waarbij ten minste enkele gevallen al 3500 jaar oud waren.

Het is de moeite waard om op te merken dat 2 van deze 3 gevallen afkomstig waren van de Man Bac-locatie in het noorden van Vietnam, waarvan eerder bekend was dat er een hoge mate van endemiciteit van de treponemale ziekte heerste. De onderzoekers zeiden dat lokale infecties vooral bij kinderen en adolescenten voorkwamen, een epidemiologisch profiel dat meer consistent is met niet-seksueel overdraagbare ziekten die via huid-op-huidcontact worden overgedragen dan met seksueel overdraagbare ziekten.

Het epidemiologische bewijs bij Man Bac wijst sterk op een niet-seksueel overdraagbare vorm van treponemale ziekte, maar de onderzoekers vonden hier nog steeds bewijs van aangeboren overdracht, en dat was het meest verrassend, zei Flock. Deze ontdekking heeft ook rechtstreeks invloed op het al lang bestaande debat over de oorsprong van syfilis, omdat aangeboren gevallen in oude skeletten vaak worden beschouwd als een belangrijke basis om te bepalen of syfilis vóór de komst van Columbus buiten Amerika bestond.

Het onderzoeksteam is van mening dat nieuw bewijs aantoont dat een aangeboren infectie alleen niet langer voldoende is om seksueel overdraagbare syfilis betrouwbaar te onderscheiden van andere gerelateerde treponemale ziekten. Dit betekent ook dat sommige archeologische gevallen die in het verleden als ‘aangeboren syfilis’ werden geclassificeerd, feitelijk tot een heel ander type ziekte kunnen behoren.

Het artikel wijst er ook op dat er tot op heden een gebrek is aan bevestigd biologisch of genetisch bewijs van seksueel overdraagbare syfilis onder precolumbiaanse volkeren, zowel in Amerika als elders. Daarentegen suggereren genetische studies van oude overblijfselen dat er historisch gezien meerdere treponemale ziekten naast elkaar kunnen hebben bestaan, wat de complexe evolutionaire geschiedenis van deze groep pathogenen weerspiegelt.

De onderzoekers vermeldden ook dat de studie van oude ziekteverwekkers met steeds meer praktische uitdagingen wordt geconfronteerd, vooral in tropische gebieden zoals Zuidoost-Azië, waar het uiterst moeilijk is om oud DNA te extraheren vanwege de slechte bewaaromstandigheden van overblijfselen. Bovendien worden de ethische kwesties die betrokken zijn bij destructieve bemonstering van menselijke resten steeds belangrijker.

Minh Tran, co-eerste auteur van het artikel en promovendus aan de Universiteit van de Filipijnen Diliman, zei dat het uiterst moeilijk is om oud DNA te verkrijgen in tropische omgevingen, en dat destructieve bemonstering ook belangrijke ethische kwesties met zich meebrengt. Daarom moet toekomstig onderzoek op nieuwe manieren vooruitgang boeken, echte partnerschappen tot stand brengen met de gemeenschappen die betrokken zijn bij deze overblijfselen, en prioriteit geven aan het behoud van de overblijfselen voordat enig biomoleculair onderzoek wordt uitgevoerd.

Het onderzoeksteam concludeerde dat deze ontdekking opnieuw aantoont dat de bacterie die dergelijke ziekten veroorzaakt – Treponema pallidum – gedurende zijn lange geschiedenis een sterk aanpassingsvermogen heeft. De onderzoekers zijn van mening dat, in plaats van zich uitsluitend te concentreren op de oorsprong van syfilis, de academische gemeenschap in de toekomst verder zou moeten onderzoeken hoe verschillende treponemale ziekten samen evolueren met de migratie van menselijke groepen en veranderingen in het milieu, omdat we alleen door deze complexe geschiedenis te verduidelijken nauwkeuriger kunnen reconstrueren hoe infectieziekten de loop van de menselijke geschiedenis bepalen.