IBM-CEO Arvind Krishna zei dat hoewel AI een belangrijke waarde heeft, het programmeurs op korte termijn niet zal vervangen, maar vooral de werkefficiëntie van programmeurs zal verbeteren. Krishna was het niet eens met de voorspelling dat 90% van de code in de komende drie tot zes maanden door AI zal worden gegenereerd.

Hij is van mening dat het aandeel van de door AI gegenereerde code waarschijnlijk 20% tot 30% zal bedragen, veel lager dan 90%. "AI kan enkele eenvoudige taken uitvoeren, maar op complexere gebieden kan AI nutteloos zijn."

Krishna benadrukte dat AI vooral de efficiëntie van programmeurs verbetert, en niet leidt tot grootschalige ontslagen. Hij vroeg retorisch: "Als de werkefficiëntie van programmeurs met 30% toeneemt, zal de uiteindelijke code-uitvoer dan afnemen?" Hij wees erop dat de geschiedenis leert dat productievere bedrijven doorgaans een groter marktaandeel innemen, waardoor ze meer producten ontwikkelen en hun activiteiten verder uitbreiden.

Krishna erkende dat kwesties op het gebied van intellectueel eigendom met betrekking tot AI-training en gegenereerde inhoud nog steeds moeten worden opgelost, maar hij geloofde dat AI uiteindelijk een hulpmiddel is dat de menselijke capaciteiten kan verbeteren. Hij vergeleek AI met rekenmachines en Photoshop. Deze hulpmiddelen hebben soortgelijke controverses veroorzaakt, maar zijn uiteindelijk belangrijke middelen geworden om de werkefficiëntie te verbeteren.

Krishna zei ook dat de kosten van AI zullen blijven dalen. Hoewel inferentiemodellen zoals OpenAI’s GPT-4 nog steeds veel rekenkracht en energie vergen, zullen nieuwe technologieën het energieverbruik van AI-computing terugbrengen tot minder dan 1% van het huidige niveau. Hij zei ook dat IBM zwaar investeert op het gebied van quantum computing en gelooft dat quantum computing, en niet AI, de sleuteltechnologie is om wetenschappelijke ontdekkingen te bevorderen. (Qingyun)