Sporen van vezeltechnologie op stenen werktuigen dateren van 39.000 jaar geleden. Stenen werktuigen bevatten microscopisch bewijs van eeuwenoude planttechnologie, blijkt uit een recente studie gepubliceerd in het tijdschrift PLOSONE. Het onderzoek werd uitgevoerd door Hermine Xhauflair van de Universiteit van de Filipijnen Diliman en collega's.
Men denkt dat oude samenlevingen uitgebreid gebruik hebben gemaakt van plantaardige materialen om textiel en touwen te maken, net zoals moderne samenlevingen profiteren van de flexibiliteit en weerstand van plantaardige vezels. Plantaardige materialen zoals manden en touwen worden echter zelden bewaard in het archeologische archief, vooral in de tropen, dus prehistorische planttechnologie is in de moderne wetenschap vaak onbekend.
In Zuidoost-Azië dateren de oudste plantaardige vezelproducten van ongeveer 8000 jaar geleden. In deze studie vonden Xhauflair en collega's indirect bewijs van oudere planttechnologie.
Plantenvezels worden verwerkt door leden van de Pala'wan-gemeenschap in Point Brook, Filippijnen. Bron: Xhauflair et al., PLOSONE, 2023, CC-BY4.0
Dit bewijs is afkomstig van stenen werktuigen uit de Tabon-grot in Palawan, Filippijnen, die dateren van 39.000 jaar geleden. Deze gereedschappen vertonen kleine beschadigingen die zich tijdens gebruik ophopen. Tegenwoordig gebruiken inheemse gemeenschappen in het gebied gereedschappen om planten zoals bamboe en palm te strippen, waarbij de harde stengels worden omgezet in zachte vezels om te binden of te weven. Onderzoekers hebben deze plantverwerkingstechnieken experimenteel gevolgd en ontdekten dat deze activiteit karakteristieke patronen van microscopische schade op stenen werktuigen achterlaat. Hetzelfde patroon werd gevonden op drie stenen werktuigen die in de Taben-grot waren opgegraven.
Dit is een van de oudste bewijzen van vezeltechnologie in Zuidoost-Azië en benadrukt het technologische niveau van prehistorische volkeren 39.000 jaar geleden. De studie demonstreert ook een manier om verborgen tekenen van prehistorische planttechnologie te onthullen. Verder onderzoek zal uitwijzen hoe oud deze technieken zijn, hoe gebruikelijk ze in het verleden waren en of moderne praktijken in de regio het resultaat zijn van ononderbroken tradities.
De auteurs voegden hieraan toe: "Deze studie brengt de geschiedenis van vezeltechnologie in Zuidoost-Azië vooruit. Dit betekent dat de prehistorische mensen die in de Taben-grot woonden misschien manden en vallen hebben gemaakt, maar ook touwen hebben gebruikt om huizen te bouwen, boten te zeilen, met pijl en boog te jagen en samengestelde objecten te maken."