Bijna 200 jaar nadat de vogels die Charles Darwin op de Galapagos-eilanden observeerde symbolen werden van zijn evolutietheorie, zijn de vogels uit de regio opnieuw in het nieuws, waarbij veel wetenschappers waarschuwden dat ze de bron van de volgende pandemie zouden kunnen zijn.


Drie van de vijf dode vogels testten positief op vogelgriep (H5N1), wat volgens de Galapagos National Park Service (GNPD) de eerste keer is dat het dodelijke virus de Galapagos-eilanden binnendringt. Dat is een zorgelijk teken voor wetenschappers, die aan de bel trekken sinds de ziekteverwekker in 2021 overging van seizoensgebonden zorg naar potentiële pandemieverspreiding.

Deze twee fregatvogels en roodvoetgenten zijn de H5N1-slachtoffers die zijn bevestigd na detectie op het vasteland van Ecuador.

“Na een voorlopig onderzoek testten drie van de vijf exemplaren positief op de H5N1-vogelgriep”, aldus het Galapagos Nationaal Park in een verklaring.

De afgelopen twee jaar zijn ruim 500 miljoen gekweekte vogels gestorven aan het virus of geruimd, en conservatieve schattingen suggereren dat er wereldwijd honderdduizenden wilde vogels zijn gestorven. Ook in Zuid-Amerika zijn duizenden zeeleeuwen aan het virus gestorven. Stinkdieren, nertsen, honden en sommige mensen zijn ook besmet.

Hoewel H5N1 nu wijdverspreid is over de hele wereld, heeft de opkomst ervan op de Galapagoseilanden duidelijk gemaakt hoe moeilijk het virus onder controle kan zijn, vooral omdat het zo vaak voorkomt onder kustvogels en trekvogels.

Op de Galapagoseilanden is 80% van de vogelsoorten endemisch. De komst van H5N1 maakt alle vogels extreem kwetsbaar. Hoewel de vogelgriep al tientallen jaren bestaat, hebben intensieve landbouw en virale mutaties ervoor gezorgd dat de vogelgriep zich op nieuwe manieren heeft kunnen verspreiden.

Tot nu toe zijn Antarctica en Australië de enige continenten waar geen uitbraken van vogelgriep bij wilde vogels zijn gemeld.