Op 19 januari, Beijing-tijd, probeert Apple een Europese antitrust-herziening van zijn 'tap to pay'-technologie te vermijden en heeft een concessievoorstel voor tien jaar voorgesteld dat mobiele portemonnees van derden toegang zou geven tot zijn strikt beschermde betalingschips op iPhones. De concessies zouden juridisch bindend zijn als rivalen zouden besluiten dat het voorstel tegemoet zou komen aan de zorgen van de EU. Als Apple niet aan het voorstel voldoet, kan het bedrijf nog steeds boetes krijgen die kunnen oplopen tot 10% van zijn wereldwijde omzet.
Eerder waarschuwde het antitrustagentschap van de Europese Unie dat de beperkingen van Apple op het gebruik van zijn betalingstechnologie door concurrenten concurrenten ervan weerhielden eerlijk te concurreren. De tap-to-pay-technologie van Apple is gebaseerd op Near Field Communication-chips (NFC) op telefoons, waardoor gebruikers via kaartlezers bij kassa's kunnen betalen. Naast het boeken van tickets biedt de digitale portemonnee-oplossing van Apple consumenten ook de mogelijkheid om virtuele debet- en creditcards op hun iPhone op te slaan.
Apple handhaaft echter strikte beperkingen op het gebruik van NFC-antennes, waardoor de lat hoog ligt voor concurrerende betalingsproviders. Deze rivalen beweerden dat de stap van Apple in strijd was met de EU-mededingingsregels. In mei 2022 heeft de Europese Unie een "bezwaarschrift" afgegeven aan Apple waarin zij het bedrijf beschuldigde van monopolie. Apple antwoordde dat het bedrijf gelijke toegang tot NFC zou garanderen met behoud van "toonaangevende privacy- en beveiligingsnormen".