De Amerikaanse president Donald Trump heeft vrijdag lokale tijd een verklaring afgelegd op sociale platforms, waarin hij zegt dat elk land dat een ‘digitaledienstenbelasting’ oplegt aan Amerikaanse bedrijven, te maken zal krijgen met ‘100% tarieven’ op zijn export naar de Verenigde Staten. Trump benadrukte dat dit tarief “elke handelsovereenkomst die met dat land is ondertekend of voorgesteld terzijde zal schuiven” en dat de Verenigde Staten “onmiddellijk” relevante tariefmaatregelen zullen implementeren zodra het betreffende land zijn digitale belastingplan voortzet.

Belastingen op digitale diensten zijn doorgaans gericht op grote technologiebedrijven met grote volumes en zeer digitale bedrijven, vooral op Amerikaanse technologiegiganten als Meta, Alphabet en Amazon. Daarom worden ze door Trump al geruime tijd bekritiseerd als ‘een oneerlijke praktijk die specifiek op Amerikaanse bedrijven is gericht’. Het rapport wijst erop dat meer dan een dozijn landen digitale dienstenbelastingen hebben ingevoerd. Trump noemde ze specifiek in zijn verklaring. "Veel Europese landen" overwegen of bevorderen gerelateerde belastingen.
De regering-Trump heeft in het verleden herhaaldelijk tarieven als tegenmaatregel gebruikt en beloofd wraak te zullen nemen op landen die belastingen op digitale diensten opleggen. Vorig jaar dreigde hij dat de Verenigde Staten alle handelsbesprekingen met Canada zouden onderbreken als het land zou aandringen op het bevorderen van zijn eigen versie van een digitaledienstenbelasting. Canada kondigde vervolgens aan dat het het plan zou opschorten voordat de belasting op het punt stond van kracht te worden.
Er bestaat echter nog steeds onzekerheid over de vraag of de dreiging van Trump met succes op juridisch niveau kan worden geïmplementeerd. Eerder dit jaar verwierp het Amerikaanse Hooggerechtshof het eerder voorgestelde mondiale ‘wederzijdse tarief’-plan van Trump, waarin werd geprobeerd om voor bijna alle landen verschillende gepersonaliseerde tarieven vast te stellen, gebaseerd op het niveau van de tarieven van andere landen op de Verenigde Staten. Het Hooggerechtshof oordeelde dat de International Emergency Economic Powers Act de president niet machtigde om eenzijdig zulke verreikende mondiale tarieven op te leggen.
Uren na deze tegenslag kondigde Trump aan dat hij een uitvoerend bevel had ondertekend in overeenstemming met Sectie 122 van de Handelswet van 1974 om een uniform tarief van 10% op te leggen aan mondiaal geïmporteerde goederen. Volgens deze bepaling kunnen dergelijke tarieven echter maximaal 150 dagen duren. Als ze moeten worden verlengd, moeten ze door het Congres worden goedgekeurd. Dit werpt ook een schaduw van onzekerheid over de rechtsgrondslag van Trumps ‘100% digitale belastingvergeldingstarieven’.
Op dit moment heeft Trump niet duidelijk aangegeven op welke wet hij zich zal baseren om “onmiddellijk” 100% tarieven op te leggen aan relevante landen, maar zijn verklaring heeft ongetwijfeld de internationale geschillen rond de belasting op digitale diensten geïntensiveerd, en heeft er ook voor gezorgd dat de toch al met spanning gevulde handels- en technologieregulerende betrekkingen tussen de Verenigde Staten en sommige Europese landen opnieuw gespannen zijn geworden.