Het Franse Directoraat-Generaal voor Concurrentie, Consumentenzaken en Fraudebestrijding (DGCCRF) maakte onlangs bekend dat het Nintendo een boete van in totaal 35 miljoen euro heeft opgelegd op grond van het feit dat het bedrijf tussen 2018 en 2023 ‘misleidende’ bedrijfspraktijken heeft geïmplementeerd rond het ‘joystick drift’-defect van de Switch-console Joy-Con-controller. De zogenaamde ‘drift’ betekent dat de joystick door het systeem wordt herkend als invoer wanneer de speler deze niet bedient. In ernstige gevallen kan de controller nauwelijks normaal worden gebruikt. Het wordt beschouwd als een van de meest controversiële kwaliteitskwesties sinds de lancering van Switch.

Na onderzoek stelde de DGCCRF vast dat Nintendo Europe consumenten misleidde bij de externe presentatie van Joy-Con-defecten en hoe hiermee om te gaan, waardoor de economische beslissingen van consumenten werden beïnvloed. Het rapport wees erop dat Nintendo de wijdverbreide en repetitieve aard van de interne Joy-Con-drift al heeft begrepen, maar dat er een kloof bestaat tussen externe communicatie en het daadwerkelijke begrip van de situatie, wat misleidende bedrijfspraktijken inhoudt. Deze uitspraak werd uiteindelijk omgezet in een geldboete van 35 miljoen euro, die Nintendo aan Frankrijk betaalde.
Het Joy-Con-driftprobleem heeft bijna de hele levenscyclus van deze console begeleid, en veel Switch-gebruikers hebben hun controllers in de loop der jaren meerdere keren vervangen of gerepareerd. Hoewel het probleem in de beginperiode wijd verspreid was onder de gebruikersgemeenschap, verontschuldigde Nintendo zich pas in 2020 publiekelijk voor de daarmee samenhangende problemen, drie jaar nadat de eerste generatie Switch in 2017 werd uitgebracht. Gedurende deze periode zijn er in meerdere rechtsgebieden class action-rechtszaken rond de driftkwestie naar voren gekomen, waaronder class action-zaken in Quebec, Canada en andere plaatsen.
Onder druk van de regelgeving en de publieke opinie heeft Nintendo achtereenvolgens zijn after-salesstrategie voor Joy-Con aangepast, waaronder het ondersteunen van de verkoop van alleen losse Joy-Cons en het lanceren van gratis reparatiediensten voor defecte controllers in Europa. DGCCRF is echter van mening dat deze maatregelen te laat zijn ingevoerd en er niet in zijn geslaagd de impact van eerdere misleidende bedrijfspraktijken weg te nemen, zodat het boetebesluit van kracht blijft.
Volgens de Franse media "Le Monde" stelde het onderzoeksbureau vast dat Nintendo de ernst en universaliteit van het driftprobleem bagatelliseerde in zijn externe communicatie, en tegelijkertijd vergrootten de initiële after-salesregelingen de lasten voor de consument objectief. Het onderzoek concludeerde dat de reactie van Nintendo "het economische gedrag van de consument veranderde", zoals het ertoe aanzetten van gebruikers om vaker nieuwe controllers te kopen of extra reparatiekosten te dragen, in plaats van weloverwogen beslissingen te nemen.
Met betrekking tot deze uitspraak ontkende Nintendo in een interview met "Le Monde" dat het "opzettelijk consumenten had misleid" en verklaarde dat het akkoord gaan met het betalen van de boete niet betekende dat ze fouten moesten toegeven. Het bedrijf benadrukte dat deze stap slechts een keuze was voor "minnelijke schikking van gerechtelijke procedures" en hoopte relevante juridische geschillen zo snel mogelijk te beëindigen door middel van verzoening.
Deze boete wordt gezien als het nieuwste hoofdstuk in een reeks controverses rond de eerste generatie Switch-console. Het driftprobleem van de Joy-Con heeft het merkimago lange tijd geplaagd sinds de lancering van de console. Momenteel is Nintendo voor een jaar officieel de levenscyclus van de tweede generatie console "Switch 2" ingegaan. Een van de aandachtspunten van de buitenwereld is of de nieuwe generatie hardware na langdurig gebruik soortgelijke problemen zal vertonen. Nu de Switch 2 wordt geconfronteerd met marktverwachtingen voor prijsstijgingen in de komende maanden, zullen de prestaties van Nintendo op het gebied van kwaliteitscontrole en transparantie na de verkoop ook nader onder de loep worden genomen.