Een mysterieus laagfrequent geluid genaamd "The Hum" wordt al tientallen jaren op veel plaatsen in de wereld gerapporteerd. Mensen die het horen omschrijven het vaak als het diepe gebrul van een dieselmotor of een stationair draaiende vrachtwagen in de verte, maar het is altijd moeilijk geweest om een duidelijke bron van het geluid te vinden. Onlangs heeft een onderzoek onder leiding van de Noorse Universiteit voor Wetenschap en Technologie (NTNU) een nieuwe verklaring gegeven: in veel gevallen komt dit soort gezoem waarschijnlijk niet uit de omgeving, maar uit een soort laagfrequente tinnitus in het menselijke gehoorsysteem zelf.

Het ‘zoemende’ fenomeen trok voor het eerst brede publieke aandacht toen de lokale media in Bristol, Engeland, in de jaren zeventig een groot aantal klachtenbrieven ontvingen. Bewoners beweerden over het algemeen dat ze midden in de nacht continu laagfrequent geluid hoorden en dat het moeilijk was de richting te bepalen. Sindsdien zijn soortgelijke rapporten verschenen in andere delen van Groot-Brittannië, Noord-Amerika, Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika en enkele Europese landen. Onder hen is de zaak in Taos, New Mexico en de Verenigde Staten de bekendste. Buurtbewoners klagen al jaren over het ‘ondergrondse motorachtige gebrul’, zozeer zelfs dat wetenschappers speciaal werden uitgenodigd om dit te onderzoeken.
Het is de moeite waard om op te merken dat, hoewel berichten over het horen van zoemgeluiden zich over de hele wereld hebben verspreid, het aantal mensen dat er daadwerkelijk last van heeft zeer laag is. Uit de meeste onderzoeken blijkt dat slechts een paar mensen beweren dit laagfrequente geluid voortdurend te horen, waardoor veel betrokkenen zich verdacht of gemarginaliseerd voelen. Ze beschrijven dit geluid vaak als het gezoem van dieselmotoren op afstand, industriële apparatuur en laagfrequente stromen, en het is het meest duidelijk 's nachts binnenshuis, wanneer het achtergrondgeluid extreem laag is.
Er wordt al geruime tijd veel gespeculeerd over de oorzaak van het gezoem. Industriële apparatuur, ventilatiesystemen, wegverkeer, energie-infrastructuur, windturbines en natuurlijke factoren zoals golven, bijzondere atmosferische omstandigheden en grondtrillingen zijn allemaal als ‘verdachten’ aangemerkt. Het probleem wordt nog ingewikkelder door de fysieke eigenschappen van laagfrequente geluidsgolven: ze hebben lange golflengten, leggen grote afstanden af en kunnen om obstakels heen reizen, waardoor het moeilijk wordt om met conventionele methoden de bron van het geluid te achterhalen.
Markus Drexl, een professor aan de Noorse Universiteit voor Wetenschap en Technologie, wees erop dat er inderdaad mensen zijn die objectief meetbare laagfrequente geluiden kunnen horen, maar dat het buitengewoon lastig is om de specifieke bron van deze geluidsgolven te vinden, wat de verbeelding opent voor ‘niet-identificeerbare geluiden’. Bij gebrek aan een zichtbare externe bron zijn complottheorieën en bovennatuurlijke beweringen, variërend van ‘geheime overheidsprojecten’ en ‘militaire experimenten’ tot ‘buitenaardse activiteiten’, blijven opduiken, maar tot nu toe heeft geen enkele externe geluidsbron alle ‘zoemende’ rapporten kunnen verklaren.
Om dit fenomeen systematischer te bestuderen, rekruteerde het team van Drexel 28 proefpersonen in Duitsland die lange tijd een onbekend laagfrequent zoemend of neuriënd gevoel hadden gehad, en onderzocht de mogelijke oorzaken één voor één. De onderzoekers testten eerst een ogenschijnlijk eenvoudige hypothese: of deze mensen gevoeliger zijn voor laagfrequent gehoor dan de gemiddelde persoon. De testresultaten boden echter slechts beperkte ondersteuning voor deze hypothese: de overgrote meerderheid van het gehoor van de deelnemers lag binnen het normale bereik bij conventionele tests, en slechts twee vertoonden een bovengemiddelde gevoeligheid in specifieke lagefrequentiebanden.
Drexel zei dat dit resultaat, zelfs met een beperkte steekproefomvang, voldoende is om aan te tonen dat "uitstekend horen bij lage frequenties" de meerderheid van de buzz-gevallen niet verklaart. Hij herinnerde er echter ook aan dat conventionele gehoortests vaak in een bredere frequentieband bemonsteren en abnormaal gevoelige personen in een zeer smal frequentievenster kunnen missen. Daarom kan de mogelijkheid van "overgevoeligheid in kleine frequentiebanden" niet volledig worden uitgesloten.
Het team wendde zich vervolgens tot een meer onverwachte richting: of de oren zelf de bron van het geluid waren. Het menselijk oor is niet absoluut stil. Extreem zwakke "oto-akoestische emissies" worden diep in het slakkenhuis van het binnenoor geproduceerd, wat een normaal bijproduct is van het proces van het versterken van externe geluiden door het slakkenhuis. De meeste mensen zijn zich nooit bewust van deze kleine, zelf gegenereerde geluiden, maar enkelen kunnen ze wel horen, en deze akoestische signalen kunnen objectief worden gemeten met gespecialiseerde apparatuur.
Omdat spontane oto-akoestische emissies in sommige gevallen subjectief kunnen worden waargenomen als tinnitus, veronderstelde het onderzoeksteam dat dit sommige meldingen van zoemgeluid zou kunnen verklaren. In dit monster werd bij de detectie van oto-akoestische emissies echter geen bewijs gevonden dat dit de hoofdoorzaak was, en dit pad is tijdelijk uitgesloten als universele verklaring.
Na het uitsluiten van de twee belangrijkste oorzaken van “algemene laagfrequente gehoorovergevoeligheid” en “meetbare oto-akoestische emissies”, concentreerde het onderzoek zich op een ander pad: laagfrequente tinnitus. Drexel zei dat sommige mensen geluiden horen die op geen enkele objectieve akoestische manier kunnen worden gedetecteerd en waarschijnlijk lijden aan een vorm van subjectieve laagfrequente tinnitus, een aanhoudende geluidsperceptie die intern door het gehoorsysteem wordt gegenereerd bij afwezigheid van een externe geluidsbron.
Het publiek associeert tinnitus gewoonlijk met hoogfrequente, scherpe ‘ringen’, maar tinnitus kan zich op verschillende manieren manifesteren, variërend van hoge tonen tot zoemen, brullen, sissen, klikken, of zelfs extreem laagfrequent gedempt of ‘motorachtig zoemen’. Medisch gezien is tinnitus zelf geen onafhankelijke ziekte, maar een 'auditieve hallucinatie'-geluidservaring die wordt geproduceerd door het auditieve systeem of gerelateerde neurale circuits bij afwezigheid van externe stimulatie.
Deze verklaring komt overeen met het meest raadselachtige punt van het zoemende fenomeen: veel getroffen mensen geloofden aanvankelijk dat het geluid uit de omgeving kwam. Later, nadat ze vele malen van woonplaats, regio en zelfs land waren veranderd, "het geluid volgde hen altijd", begonnen ze te vermoeden dat het probleem in hun eigen gehoorsysteem zou kunnen liggen. Op basis van de onderzoeksgegevens is het team van mening dat het ‘zoemen over de hele wereld’ hoogstwaarschijnlijk niet wordt veroorzaakt door één enkele oorzaak, maar door de superpositie van verschillende mechanismen: een deel ervan is laagfrequent omgevingsgeluid dat in werkelijkheid wel bestaat en slechts door een paar mensen wordt opgemerkt, en het andere deel is laagfrequente tinnitus die wordt aangezien voor externe geluidsbronnen.
Het Drexel-team schreef in de conclusie van het onderzoek dat ze, zonder in sommige gevallen de fysieke externe geluidsbron volledig uit te sluiten, geneigd zijn te geloven dat subjectieve laagfrequente tinnitus in veel gevallen de oorzaak is van het laagfrequente pulserende zoemen dat mensen voelen. Met andere woorden: voor veel ‘buzz-luisteraars’ kan de ‘externe ruis’ waarnaar ze op zoek zijn, altijd afkomstig zijn van hun eigen gehoorsysteem.
Drexels interesse in buzz-fenomenen komt voort uit zijn bredere achtergrond in het bestuderen van laagfrequente geluiden. Hij wees erop dat de meeste theorieën en gegevens over menselijke auditieve mechanismen gebaseerd zijn op de studie van midden- en hoogfrequente geluidsverwerking. Wat betreft het waarnemings- en verwerkingsmechanisme van laagfrequente geluiden en zelfs infrageluid (onder 20 Hz), beschikken mensen momenteel over veel minder details dan de hoogfrequente delen.
De afgelopen tien jaar is de bezorgdheid van de samenleving over de impact van laagfrequent industrieel geluid en infrageluid aanzienlijk toegenomen. Van grote machines en apparatuur, windenergiefaciliteiten tot het bouwen van elektromechanische systemen: de daarmee samenhangende geschillen en gezondheidsproblemen zijn blijven toenemen. Drexel benadrukte dat als deze laagfrequente en infrageluidbronnen wetenschappelijk moeten worden geëvalueerd, de eerste voorwaarde een dieper begrip is van hoe het menselijke sensorische systeem in deze frequentieband werkt, inclusief de mechanische eigenschappen van het slakkenhuis, de codering van het centrale zenuwstelsel en de interactie met emotie en aandacht.
Volgens rapporten werd dit werk op 27 maart 2026 gepubliceerd in een artikel met de titel "Potentiële bronnen van laagfrequente geluidsperceptie waarneembaar door een paar mensen", en mede ondertekend door Bonifaz Baumann, Andrej Voss, Carlos Jurado en Markus Drexl. De algemene conclusie van het artikel is: het zogenaamde "laagfrequente zoemen dat slechts door een paar mensen wordt gehoord" wijst vaak op subjectieve tinnitus en niet op mysterieus extern geluid in statistische zin. Het onderzoek levert ook nieuwe ideeën op voor de toekomstige formulering van blootstelling aan laagfrequent geluid, gehoorgezondheid en geluidsnormen, wat beleidsmakers en de technische gemeenschap ertoe aanzet om zowel objectieve akoestische tests als subjectieve tinnitusscreening te overwegen bij de behandeling van klachten over laagfrequent geluid.