Game-ontwikkelaar Epic Games heeft onlangs een document ingediend bij het Amerikaanse Hooggerechtshof, waarin hij de rechtbank vraagt de twee beroepen van Apple tegen de antitrustzaken van beide partijen af te wijzen. Het bedrijf is van mening dat de juridische claims van Apple "volkomen verkeerd" zijn en, als ze worden aangenomen, belangrijke delen van de vorige zaak die ongunstig voor Apple waren, teniet zullen doen.

De 'Apple v. Epic'-zaak die al jaren woedt, heeft opnieuw voor veel ophef gezorgd. Apple heeft eerder een verzoek ingediend bij het Hooggerechtshof en beweerde dat de lagere rechtbank op twee belangrijke punten "het bij het verkeerde eind had": ten eerste viel het verbod op de "anti-stuur"-regels in de App Store buiten de reikwijdte van de zaak zelf; ten tweede oordeelde de lagere rechtbank dat de overtreding van Apple eerder een schending van de 'geest' dan van de 'letter' van de wet was, wat niet strookt met de manier waarop de wet wordt toegepast. Apple stelt dat de rechtbank niet moet beoordelen of het verbod is overtreden op basis van de zogenaamde "wetgevende geest", maar zich moet baseren op de specifieke woorden van het verbod.
In zijn laatste 35 pagina's tellende inzending weerlegt Epic de argumenten van Apple punt voor punt in een poging het Hooggerechtshof ervan te overtuigen het verzoek van Apple niet te accepteren. Met betrekking tot het geschil tussen ‘geest en letter’ citeerde Epic de uitspraak van het Ninth Circuit Court of Appeals en wees erop dat de rechtbank Apple nooit in minachting van de rechtbank heeft bevonden op grond van de premisse dat ‘de tekst van het bevel Apple toestaat commissies te nemen, maar de geest van het bevel verbiedt commissies.’ In plaats daarvan heeft het zijn oordeel gebaseerd op de bewoordingen van het bevel zelf en de daaropvolgende implementatie door Apple.
In de oorspronkelijke zaak vaardigde de rechtbank een bevel uit tegen het anti-introductiegedrag van Apple, waarbij Apple niet mocht verhinderen dat ontwikkelaars gebruikers zouden adviseren andere betaalmethoden binnen de app te gebruiken. Vervolgens heeft Apple waar nodig de oorspronkelijke anti-omleidingsregels ontmanteld, maar door middel van nieuwe machtigingen en beoordelingsmechanismen legde het beperkingen op aan de manier waarop ontwikkelaars gebruikers kunnen begeleiden om naar externe betalingen over te stappen, en introduceerde het nieuwe commissieregelingen. De rechtbank oordeelde eerder dat hoewel Apple het verbod formeel naleefde, het nog steeds het gedrag van illegale producten in inhoudelijke zin belemmerde, en daarmee een schending van de ‘geest’ van het verbod vormde. In deze mening ontkent Epic dat deze bepaling een scheidsrechterbenadering is die alleen op spiritueel gebied van toepassing is, en benadrukt dat dit een normale toepassing is van de volledige werking van het verbod.
Het tweede twistpunt betreft de zogenaamde uitzondering die in de CASA-jurisprudentie is vastgelegd. Apple voerde aan dat deze zaak geen class action was, dus op basis van CASA-jurisprudentie zou het oorspronkelijke bevel beperkt moeten worden tot Epic en niet moeten worden uitgebreid tot een bredere groep ontwikkelaars; Op basis hiervan was Apple van mening dat de Ninth Circuit Court feitelijk een uitzondering voor CASA had gecreëerd. Epic verklaarde in de indiening dat de verklaring van Apple "moeilijk te begrijpen" was en citeerde de originele tekst van de Ninth Circuit Court, waarin hij zei dat de rechtbank nog steeds de door CASA vastgestelde norm toepast bij het beoordelen van de reikwijdte van het bevel, dat wil zeggen: "de sleutel is of het bevel volledige verlichting kan bieden aan de eisers die momenteel voor de rechtbank staan." Epic is van mening dat deze standaard niet is overtreden en dat er geen sprake is van een zogenaamde ‘CASA-uitzondering’.
Het dispuut rond de vraag of het verbod alleen Epic moet beschermen of een bredere marktimpact moet hebben, houdt rechtstreeks verband met de grenzen van de regels die Apple in de toekomst in het App Store-ecosysteem kan handhaven, en is daarom een focus geworden van de strijd tussen de twee partijen bij het Hooggerechtshof. Als het Hooggerechtshof de argumenten van Apple met betrekking tot de reikwijdte en toepasselijke normen van het verbod accepteert, kan het belangrijke bestaande beperkingen die ongunstig zijn voor Apple verzwakken of zelfs ongedaan maken; Daarom wil Epic graag krachtige taal gebruiken om het Hooggerechtshof ervan te overtuigen de zaak af te wijzen.
In het laatste rapport benadrukte de auteur ook dat hij geen jurist is en wees hij erop dat hoe het beroep van Apple uiteindelijk zal worden afgehandeld, zal worden beslist door het Hooggerechtshof. Volgens de huidige voortgangsschattingen zal het Hooggerechtshof mogelijk al in juni van dit jaar een beslissing nemen over het al dan niet aanvaarden van de zaak en de daarmee samenhangende procedures, wat ook de toon zal zetten voor de volgende fase van deze langdurige strijd tussen Apple en Epic.