De antitrustzaak van het Amerikaanse ministerie van Justitie tegen Apple heeft onlangs nieuwe vooruitgang geboekt in de fase van het verzamelen van bewijsmateriaal, en de focus van de zaak heeft zich voor het eerst uitgebreid naar Zuid-Korea. Apple heeft een verzoek ingediend in overeenstemming met de Haagse Bewijsconventie, in de hoop belangrijke informatie te verkrijgen van het Zuid-Koreaanse hoofdkantoor van Samsung Electronics om zijn verdedigingspositie in de rechtszaak te ondersteunen.

Deze antitrustzaak begon in maart 2024, toen het Amerikaanse ministerie van Justitie Apple aanklaagde en het ervan beschuldigde concurrenten te onderdrukken via een gesloten ecosysteem van software en hardware. In de daaropvolgende maanden diende Apple meerdere beroepen en moties tot afwijzing in, maar slaagde er uiteindelijk niet in om te voorkomen dat de zaak in de inhoudelijke procesfase terechtkwam. Medio 2025 verwierp de rechtbank het bezwaar van Apple dat de reikwijdte van de rechtszaak te breed was, en ging de zaak officieel in het proces voor het ontdekken van bewijsmateriaal.

In de laatste fase is het verzamelen van bewijsmateriaal uiterst moeilijk gebleken. Apple en Samsung hebben herhaaldelijk via advocaten hulp van de rechtbank gezocht in hun confrontaties met het ministerie van Justitie, en hebben herhaaldelijk ruzie gemaakt over kwesties als de reikwijdte van het bewijsmateriaal en procedurele verplichtingen. Uit de laatste documenten van de openbare rechtbank blijkt dat Apple probeerde interne documenten met betrekking tot deze zaak te verkrijgen van Samsung USA, maar dat dit systematisch werd afgewezen door de andere partij op grond van het feit dat "de gegevens eigendom zijn van het Koreaanse moederbedrijf."

Samsung wordt in deze zaak beschouwd als een van de belangrijkste ‘slachtoffers’ van het vermeende concurrentiebeperkende gedrag van Apple, en haar interne gegevens worden als cruciaal beschouwd bij het definiëren van de marktstructuur en het beoordelen van de impact van concurrentie. Samsung US heeft tot nu toe echter feitelijk ontkend dat zij de mogelijkheid of verplichting heeft om de door Apple gevraagde documenten te verstrekken, op grond van het feit dat de relevante informatie wordt bewaard op het hoofdkantoor van Samsung Electronics in Zuid-Korea. In deze impasse koos Apple ervoor om te vertrouwen op het Haags Bewijsverdrag om een ​​formeel verzoek om bewijsmateriaal te verzamelen aan buitenlandse entiteiten.

Volgens de rechtbankdocumentatie van Apple omschreef het juridische team het verzoek onder de conventie als "zeer specifiek en cruciaal voor de zaak". Apple beweert dat er geen andere realistische manier is om deze informatie te verkrijgen dan door via het conventieproces informatie op te vragen bij het hoofdkantoor van Samsung in Zuid-Korea. Het Verdrag zelf biedt een procedurele basis voor de grensoverschrijdende verzameling van bewijsmateriaal in burgerlijke en handelszaken, maar soortgelijke verzoeken zijn in het verleden in sommige technologiezaken door de rechtbanken afgewezen omdat de doelstellingen te breed of te vaag waren.

Als de rechtbank het verzoek van Apple goedkeurt, zal de advocaat een formele brief opstellen in overeenstemming met het Haags Evidenceverdrag en deze via relevante kanalen indienen bij het hoofdkantoor van Samsung Electronics in Zuid-Korea, waarin de andere partij wordt verzocht specifieke documenten en gegevens over te leggen. Samsung kan dan proberen het verzoek in Zuid-Korea te verdedigen. Of er moet worden meegewerkt aan het verzamelen van bewijsmateriaal zal ook een juridische kwestie worden waarmee de Zuid-Koreaanse autoriteiten te maken krijgen.

Sinds de sluiting van de Amerikaanse overheid in oktober 2025 indirect een korte ‘bufferperiode’ voor Apple met zich meebracht, zijn de publieke rapporten over deze zaak relatief beperkt gebleven. Deze grensoverschrijdende operatie voor het verzamelen van bewijsmateriaal heeft de zaak na een paar maanden weer onder de aandacht van het publiek gebracht. Momenteel bevindt deze antitrustzaak, die in maart 2024 werd aangespannen, zich nog steeds in de fase van het verzamelen van bewijsmateriaal en procedureel gokken, en het is moeilijk om tekenen te zien van een inhoudelijke afsluiting op korte termijn. In de sector wordt algemeen verwacht dat deze rechtszaak nog een aanzienlijke periode van dit decennium zal duren en een diepgaande impact zal hebben op het bedrijfsmodel van Apple en het regelgevingslandschap van grote technologieplatforms.