Uit een nieuwe studie blijkt dat de financiële crisis van 2008 niet alleen de Amerikaanse economie ernstig heeft beschadigd, maar op de lange termijn ook de kijk van mensen op hun eigen sociale klasse heeft veranderd, waardoor een groot aantal Amerikanen zichzelf is gaan beschouwen als ‘een groep mensen met een lagere sociale klasse’. Deze psychologische verandering blijft bestaan na het economisch herstel.
Onderzoek wijst uit dat klassenidentiteit een subjectief oordeel is over de eigen economische en sociale status, dat een diepgaande invloed zal hebben op de fysieke en mentale gezondheid van een individu, de politieke houding en de algehele houding ten opzichte van de samenleving. Eerder onderzoek heeft herhaaldelijk aangetoond dat mensen die zich identificeren als hoger in de sociale klasse, over het algemeen een betere fysieke en mentale gezondheid rapporteren, eerder geneigd zijn conservatieve politieke standpunten te steunen en een optimistischer beeld van de samenleving hebben.

Academische kringen hebben echter zelden direct onderzocht hoe grootschalige economische schokken deze klassenidentiteit veranderen. Nieuw onderzoek onder leiding van Stephen Antonoplis, assistent-professor psychologie aan de Universiteit van Californië, Riverside, onlangs gepubliceerd in het tijdschrift Psychological Science, suggereert dat de ‘Grote Recessie’ op de lange termijn een stempel heeft gedrukt op psychologisch niveau: het zorgde ervoor dat veel mensen zichzelf gingen zien als een groep uit een lagere sociale klasse, en deze zelfpositionering is jaren na het einde van de crisis niet hersteld. Deze bevinding daagt de eerdere mainstream opvatting uit dat “klassenidentiteit relatief stabiel is”; de weinige onderzoeken die in het verleden veranderingen hebben waargenomen, waren meestal kortetermijnfluctuaties die werden veroorzaakt door de manipulatie van vragen in experimenten.
Antonoplis wees erop dat bestaand onderzoek vaak afhankelijk is van een instrument genaamd de ‘MacArthur-ladder’, die de sociale status presenteert als een tienstappendiagram en deelnemers in staat stelt een positie op de ladder voor zichzelf te kiezen op basis van indicatoren zoals inkomen, opleiding en baankwaliteit: de top vertegenwoordigt de meeste hulpbronnen, en de onderste vertegenwoordigt de minste hulpbronnen. Bij sommige experimenten zagen de proefpersonen alleen de onderkant of de bovenkant van de ladder voordat ze antwoordden: mensen hadden de neiging zichzelf iets hoger te plaatsen als ze zichzelf alleen maar vergeleken met de "mensen onderaan"; ze hadden de neiging zichzelf lager te plaatsen als ze alleen maar aan de 'mensen aan de top' dachten. Antonoplis benadrukte echter dat dergelijke effecten vaak van voorbijgaande aard zijn en binnen enkele minuten kunnen verdwijnen.
Daarentegen kijkt het nieuwe onderzoek naar de vraag of grote economische crises de klassenidentiteit op langere termijn kunnen hervormen. Het onderzoeksteam gebruikte vier grote vervolgdatasets, die ongeveer 165.000 respondenten besloegen, verspreid over tientallen jaren, om veranderingen in hun klassenidentiteit in de loop van de tijd vast te leggen. De analyse laat zien dat de neerwaartse verschuiving in de positionering van mensen na de ‘Grote Recessie’ geen kortetermijnreactie was, maar vele jaren duurde, wat een reëel psychologisch naeffect op de lange termijn liet zien.
Antonoplis benadrukte ook dat dit onderzoek alleen veranderingen in de klassenstatus meet en niet rechtstreeks verband houdt met de omvang van het objectieve verlies aan hulpbronnen van mensen. Volgens hem is klassenidentiteit een zeer persoonlijk zelfgevoel dat niet noodzakelijkerwijs strikt overeenkomt met objectieve economische omstandigheden. “In bijna elk onderzoek kun je een voorbeeld vinden van iemand die 200.000 dollar per jaar verdient en zich identificeert als een lagere klasse,” zei hij. Naast de daadwerkelijke veranderingen in inkomen en vermogen, gelooft hij dat de manier waarop de media berichtten tijdens de Grote Recessie de neerwaartse identificatieneiging van mensen mogelijk heeft versterkt.
Uit een onderzoek naar de krantenkoppen van dat jaar bleek dat het mediadiscours in die periode vol bedreigingen was, wat voortdurend impliceerde dat de economische status van mensen scherp of zelfs permanent achteruitging. Zo verschijnen krantenkoppen als ‘Als grootsheid wegglijdt’ en ‘Als de werkloosheid stijgt, wordt de toekomst van kinderen kleiner’ in diverse media, waaronder de New York Times en de Wall Street Journal. In dit soort discours kunnen individuen, zelfs als het feitelijke inkomen niet onmiddellijk significant daalt, gemakkelijk het gevoel hebben dat ze “naar de bodem afglijden” en zichzelf daardoor subjectief in een lagere sociale klasse indelen.
Volgens Antonoplis onthult dit onderzoek een pad dat in het verleden werd genegeerd: de economische recessie brengt niet alleen objectieve schade met zich mee, zoals een lager inkomen en een hogere werkloosheid, maar kan mensen ook verder schade toebrengen door de psychologische ervaring van een 'verminderd statusgevoel'. Eerder onderzoek heeft de Grote Recessie in verband gebracht met een toename van de ongunstige gezondheidsresultaten onder Amerikanen, maar de nieuwe bevindingen suggereren dat afnemende statusherkenning een factor kan zijn. Toekomstig onderzoek zal verder onderzoeken hoe veranderingen in de klassenstatus de gezondheid beïnvloeden en verband houden met de hervorming van het Amerikaanse politieke landschap sinds de Grote Recessie. Omdat de Grote Recessie in de Verenigde Staten de economieën van veel landen heeft getroffen, zijn deze resultaten ook van mondiale betekenis.
Hij zei dat het vergroten van het publieke bewustzijn van de psychologische effecten van historische gebeurtenissen de veerkracht van de samenleving kan helpen vergroten in het licht van soortgelijke schokken. "Een belangrijke implicatie van dit onderzoek op sociaal niveau is dat het ons helpt een nauwkeuriger publiek geheugen op te bouwen." zei Antonoplis. "Het leven in een grote recessie is erg verwarrend, en soms kan het minder verwarrend zijn als we weten waar we zijn geweest en wat we kunnen verwachten."
Het is vermeldenswaard dat de auteur dit onderzoek ook in verband bracht met de huidige discussie over ‘emotionele achteruitgang’ (vibecessie) in de Amerikaanse samenleving. De zogenaamde ‘emotionele recessie’ verwijst naar het fenomeen dat veel Amerikanen zich, ondanks sterke macro-economische prestaties, nog steeds bezorgd en ongemakkelijk voelen over de economische toekomst. Antonoplis is van mening dat de huidige inflatie, de stijgende kosten van levensonderhoud en de berichtgeving in de media over deze kwesties nieuwe psychologische en fysiologische stress kunnen veroorzaken op een manier die vergelijkbaar is met de Grote Recessie, en op subtiele wijze de gevoelens van mensen over hun klassenstatus kunnen veranderen.
Samengesteld uit /ScitechDaily