Uit een nieuw onderzoek van de Keele University in het Verenigd Koninkrijk en de Universiteit van Alabama in Huntsville in de VS blijkt dat herhaaldelijk vloeken tijdens taken van hoge intensiteit en korte duur ervoor kan zorgen dat mensen binnen enkele seconden krachtiger en zelfverzekerder overkomen. Het onderzoeksteam is van mening dat dit fenomeen niet het gevolg is van een plotselinge versterking van de spieren, maar van een psychologische ‘ontremming’, dat wil zeggen het tijdelijk ontspannen van innerlijke beperkingen, waardoor aarzeling en overdenken worden verminderd, waardoor mensen meer durven ‘op hun tanden te bijten en door te zetten’.

Dit is niet de eerste keer dat Richard Stephens, de leider van de studie en hoofddocent psychologie aan de Keele University, aandacht besteedt aan het ‘vloekeffect’. Al acht jaar geleden publiceerde hij een onderzoek waarin hij erop wees dat ruwen verband houdt met pijntolerantie en toegenomen kracht, maar het psychologische mechanisme daarachter was destijds niet duidelijk. In het laatste onderzoek bevestigde het team verder dat het redelijk gebruik van scheldwoorden mensen kan helpen spanning en angst op kritieke momenten te overwinnen, waardoor het een eenvoudig, goedkoop hulpmiddel voor psychologische zelfbekrachtiging kan worden.
Deze studie verifieerde voornamelijk het effect van "grof taalgebruik" door middel van herhaalde experimenten. In twee experimentrondes rekruteerden de onderzoekers respectievelijk 88 en 94 vrijwilligers en repliceerden ze een eerder experiment met 118 deelnemers om de stabiliteit van de resultaten te verbeteren. De proefpersonen werd gevraagd een eenvoudige maar inspannende taak uit te voeren: in een stoel zitten, hun armen gebruiken als ondersteuning, hun lichaamsgewicht van het stoeloppervlak tillen en deze houding zo lang mogelijk volhouden.
In dit proces moest elke deelnemer elke twee seconden een woord herhalen: een scheldwoord naar keuze of een neutraal woord, zoals een gewoon, emotieloos woord. Bovendien deden alle deelnemers dit één keer in elk van de twee condities, waardoor directe vergelijkingen mogelijk waren van prestatieverschillen tussen ‘exploderende’ en ‘niet-explosieve’ prestaties bij dezelfde persoon. Uit de resultaten bleek dat de deelnemers bij alle experimenten over het algemeen langer konden volhouden en een groter fysiek uithoudingsvermogen vertoonden bij het herhalen van scheldwoorden.
Het onderzoeksteam maakt zich echter meer zorgen over de manier waarop scheldwoorden de psychologische toestand van mensen veranderen. Daarom vulden de deelnemers ook een reeks vragenlijsten in die hun niveau van vertrouwen, concentratie, afleiding, emotionele toestand tijdens de taak beoordeelden en of ze zich minder geremd en minder bezorgd voelden. Hoewel specifieke indicatoren in een enkel experiment af en toe fluctueerden, kwam er een duidelijk patroon naar voren toen de onderzoekers de gegevens van de drie experimenten combineerden en analyseerden.
Uit uitgebreide gegevens blijkt dat vloeken de ‘gevoelens’ en het zelfvertrouwen van de deelnemers aanzienlijk kan verbeteren, terwijl tegelijkertijd het ongemak en de interferentie van negatieve gedachten tot op zekere hoogte kunnen worden verminderd. Deze psychologische veranderingen verklaren samen de lichte verbetering van de fysieke prestaties - scheldwoorden op zichzelf geven geen "kracht", maar ze kunnen mensen helpen tijdelijk in een staat van grotere moed en minder aarzeling te komen. Interessant genoeg vertoonde humor, waarvan sommige mensen eerder hadden gespeculeerd dat het een rol zou kunnen spelen, in dit onderzoek geen belangrijk effect. Met andere woorden: het is niet zo dat ‘het grappig vinden’ mensen volhardender maakt.
Stephens wijst erop dat mensen in veel situaties vaak ‘zichzelf in de problemen brengen’ en kansen missen om hun potentieel te verwezenlijken, uit angst om te falen, de angst om zichzelf voor gek te zetten, of overmatige zelfcontrole. Mensen die bang zijn om in het openbaar te spreken, kunnen bijvoorbeeld een goede mening hebben, maar aarzelen om zich uit te spreken; Sporters die net hersteld zijn van blessures hebben vaak bedenkingen vanwege aarzeling en gebrek aan zelfvertrouwen. In deze context kan matig vloeken worden beschouwd als een psychologische ‘ontgrendelingsknop’, waardoor de betrokken persoon minder kan nadenken en meer kan doen in de kritieke paar seconden.
Het onderzoeksteam is van mening dat deze bevinding potentiële toepassingen heeft, vooral bij sporttraining, revalidatie en elk scenario dat moed of beslissende actie vereist. In deze situaties kan vloeken worden gebruikt als een psychologische aanpassingsmethode die direct beschikbaar is en niet afhankelijk is van externe apparaten, waardoor mensen een duwtje in de rug krijgen als ze 'door de kogel moeten bijten'. Uiteraard benadrukte het onderzoek ook dat dit effect “mild en van korte duur” is, alleen van toepassing is op taken met hoge intensiteit op de korte termijn, en systematische training of professionele coaching op de lange termijn niet kan vervangen.
De onderzoekers herinnerden er ook aan dat de sociale situationele grenzen van deze methode erg belangrijk zijn. Vloeken wordt in veel culturen en situaties immers nog steeds gezien als onbeleefde of ongepaste uiting. Hoe je dit soort ‘zichzelf voedende’ krachttermen binnen een passend bereik kunt beheersen zonder anderen te beledigen, is een kwestie waarmee rekening moet worden gehouden bij het toepassen van deze ontdekking in praktijksituaties in de toekomst. Nick Washmuth, een promovendus aan de Universiteit van Alabama in Huntsville die aan het onderzoek deelnam, zei dat de volgende stap zal zijn om te onderzoeken of de psychologische boost die dit soort vloeken met zich meebrengt even effectief is in situaties waarin aarzeling nodig is om aarzeling te overwinnen en snelle beslissingen te nemen om te handelen.
Dit onderzoeksartikel is gepubliceerd in de American Psychologist, een tijdschrift van de American Psychological Association, en levert nog een interessant empirisch resultaat op dat herhaaldelijk is geverifieerd voor sportpsychologie en onderzoek naar dagelijks gedrag. Het algemene onderzoek wijst op een eenvoudige maar verhelderende conclusie: op bepaalde uitdagende momenten kan een gematigd gebruik van scheldwoorden mensen echt helpen 'minder na te denken en meer te doen'.