Op 21 oktober lanceerde Apple zijn grootste juridische uitdaging tot nu toe bij het Gerecht van de EU in Luxemburg, als protest tegen de brede wijzigingen in de regelgeving van de EU Digital Markets Act (DMA) voor de kernactiviteiten van Apple, waaronder iPhone, App Store en iMessage. Volgens Bloomberg is Apple het eerste Amerikaanse bedrijf dat het rechtssysteem uitgebreid aanvecht nadat TikTok de rechtszaak verloor.

Apple zei dat de DMA, die in 2023 van kracht wordt, de interoperabiliteit van kerndiensten van grote technologiebedrijven met concurrenten vereist en de beperkingen op bedrijfsmodellen versoepelt. Het doel is om te voorkomen dat bedrijven hun dominante positie op één gebied gebruiken om andere marktvoordelen te consolideren. Het bedrijf is echter van mening dat deze regelgeving in strijd is met de EU-bescherming van veiligheid, privacy en eigendomsrechten, en een “uiterst belastende en opdringerige” last oplegt aan zogenaamde “poortwachters”-bedrijven. Naast Apple zijn bedrijven die momenteel als poortwachters zijn aangewezen onder meer Alphabet, Meta, Amazon, Microsoft, ByteDance en Booking.
In de klacht betwist Apple drie DMA-gerelateerde aanduidingen of uitspraken:
In de eerste plaats trekt Apple de verplichting in twijfel om van iPhone-hardware te eisen dat deze samenwerkt met apparaten van derden (zoals koptelefoons of smartwatches). Apple stelt dat het forceren van interconnectie met onbekende of niet-geverifieerde apparaten de veiligheid van de gebruiker kan ondermijnen, inbreuk kan maken op intellectuele eigendomsrechten en de privacycontrole van het iOS-systeem kan verzwakken.
Ten tweede maakt het bedrijf bezwaar tegen het feit dat de DMA de App Store als een beheerde service vermeldt. De EU bepaalde eerder dat Apple structurele macht had over de app-distributie en legde Apple een boete van 500 miljoen euro op wegens het overtreden van ‘anti-bootstrap’-regels. Apple heeft zowel de vaststelling als de boete in individuele gevallen betwist en gesteld dat de App Store niet als één enkele dienst mag worden beschouwd en daarom niet onder de jurisdictie van de DMA mag vallen.
Ten derde betwijfelt Apple de wettigheid van het onderzoeksproces van de Europese Commissie naar de vraag of iMessage als een beheerde dienst moet worden geclassificeerd. De Commissie heeft iMessage uiteindelijk niet opgenomen in de uitgebreide verplichtingen van de DMA, omdat de dienst niet direct inkomsten voor Apple opleverde. Apple is echter van mening dat het relevante onderzoek zelf procedurele tekortkomingen vertoont.
Advocaat Paul-John Loewenthal van de Europese Commissie betoogde dat Apple een exclusieve positie heeft verworven door zijn absolute controle over het iPhone-platform, wat 'overwinsten' kan binnenhalen op complementaire markten en concurrenten kan benadelen. Hij merkte op: "Alleen Apple heeft de sleutel tot deze 'ommuurde tuin' en beslist welke bedrijven toegang hebben tot producten en diensten en deze kunnen aanbieden aan iPhone-gebruikers. Door deze controle heeft Apple meer dan een derde van de Europese smartphonegebruikers opgesloten."
Deze rechtszaak is de eerste keer dat Apple een EU-rechter heeft gevraagd de reikwijdte van de wet te beperken voordat de DMA volledig wordt geïmplementeerd. De definitieve uitspraak zal bepalen of de EU Apple kan dwingen de iPhone-technologielaag open te stellen, de App Store-regels opnieuw vorm te geven of te eisen dat iMessage wordt gereguleerd.