Astronomen van de Universiteit van Warwick in Groot-Brittannië ontdekten de aanwezigheid van koolstof in de atmosfeer van een nabijgelegen witte dwergster (WD 0525+526) door middel van ultraviolette waarnemingen met de Hubble-ruimtetelescoop, wat bevestigt dat dit het overblijfsel is van de samensmelting van twee sterren. Deze ontdekking, gepubliceerd in Nature Astronomy, biedt nieuwe aanwijzingen voor het bestuderen van de evolutie van sterren.

Witte dwergen zijn de dichte kernen die achterblijven na de dood van een ster, doorgaans ongeveer de helft van de massa van de zon. WD 0525+526 is echter 20% massiever dan de zon en is een zeldzame "superreus witte dwerg". De traditionele theorie suggereert dat dit type witte dwerg mogelijk is ontstaan ​​door de ineenstorting van een enkele massieve ster, maar Hubble's ultraviolette gegevens onthulden sporen van koolstof in zijn atmosfeer, wat erop wijst dat deze feitelijk afkomstig is van de samensmelting van dubbelsterren.

De studie wijst erop dat tijdens het samensmelten van sterren de waterstof- en heliumlagen bijna volledig worden weggebrand, waardoor koolstof door de barrière kan breken en het oppervlak kan bereiken. Vergeleken met andere overblijfselen van de fusie heeft WD 0525+526 een extreem laag koolstofgehalte en is extreem heet (ongeveer vier keer zo heet als de zon), wat aangeeft dat het zich in de vroege stadia van de evolutie na de fusie bevindt. Bovendien hebben wetenschappers voor het eerst het fenomeen ‘semi-convectie’ waargenomen bij een witte dwerg, wat verklaart hoe koolstof langzaam in de atmosfeer stijgt in een omgeving met hoge temperaturen.

Naarmate WD 0525+526 geleidelijk afkoelt, kunnen er in de toekomst meer koolstofelementen op het oppervlak verschijnen. Deze ontdekking biedt een uniek voorbeeld van de vroege evolutie van stellaire samensmeltingen en vormt een nieuwe maatstaf voor het beëindigingsmechanisme van dubbelstersystemen.