Uitheemse soorten die door mensen zijn geïntroduceerd, zijn een van de belangrijkste oorzaken van het wereldwijde verlies aan biodiversiteit; ze hebben de afgelopen jaren direct of indirect bijgedragen aan het uitsterven van 60% van de soorten wereldwijd. Uit een nieuw onderzoek van de Universiteit van Wenen in Oostenrijk en de Sapienza Universiteit van Rome in Italië is echter gebleken dat sommige invasieve soorten die door mensen in andere gebieden zijn geïntroduceerd, in hun geboortegebied al met uitsterven worden bedreigd. Het onderzoek is gepubliceerd in het nieuwste nummer van het tijdschrift Conservation Letters.

De haas wordt bedreigd in zijn geboorteland Europa. In andere delen van de wereld, zoals Australië, is de soort geïntroduceerd en kent hij grote populaties.

De mondialisering heeft geleid tot de introductie van veel planten en dieren in nieuwe gebieden. Deze invasieve soorten vormen vaak een ernstige bedreiging voor ecosystemen doordat ze concurreren met inheemse soorten of nieuwe ziekten verspreiden. Sommige niet-inheemse soorten worden echter in hun oorspronkelijke verspreidingsgebied met uitsterven bedreigd. Dit roept een ‘instandhoudingsparadox’ op: moeten niet-inheemse soorten die in hun oorspronkelijke verspreidingsgebied met uitsterven worden bedreigd, prioriteit krijgen voor bescherming, of moeten ze worden gecontroleerd vanwege hun destructieve karakter in nieuwe omgevingen? Tot op heden is het aantal soorten dat bij deze paradox betrokken is, niet vastgesteld. Deze studie biedt de eerste kwantitatieve analyse van deze vraag en brengt daarmee een stap dichter bij het antwoord.

Momenteel hebben mensen over de hele wereld 230 soorten niet-inheemse zoogdieren geïntroduceerd en met succes nieuwe omgevingen gekoloniseerd. Uit de studie bleek dat 36 van deze niet-inheemse zoogdiersoorten in hun oorspronkelijke verspreidingsgebied worden bedreigd en daarom binnen de 'instandhoudingsparadox' vallen.

Niet-inheemse koloniserende soorten worden vaak niet in aanmerking genomen bij het beoordelen van de mondiale risico’s voor het uitsterven van soorten. Uit het onderzoek blijkt echter dat het mondiale uitstervingsrisico van sommige bedreigde diersoorten afneemt als rekening wordt gehouden met niet-inheemse populaties. De onderzoekers merken op dat dit resultaat het belang van niet-inheemse populaties voor het voortbestaan ​​van bedreigde diersoorten benadrukt, vooral wanneer hun inheemse verspreidingsgebied onder hoge bedreigingsdruk staat.