Een mondiaal onderzoek onder leiding van UCLA-onderzoekers heeft meer dan 200 nieuwe genen geïdentificeerd die verband houden met depressie, waardoor de weg wordt vrijgemaakt voor nieuwe behandelingen en de noodzaak van inclusief genetisch onderzoek wordt benadrukt.
De studie, gepubliceerd in het tijdschrift Nature Genetics, vond meer dan 50 nieuwe genetische loci (een specifieke locatie op een chromosoom) en 205 nieuwe genen die verband houden met depressie. Het is de eerste grootschalige, mondiale studie naar de genetica van depressieve stoornissen bij deelnemers uit verschillende afkomstgroepen.
De studie toont ook het potentieel voor herbestemming van medicijnen aan, omdat het een gen identificeerde dat codeert voor een eiwit dat het doelwit is van een veelgebruikt diabetesmedicijn, terwijl het ook wijst op nieuwe doelwitten voor potentiële medicijnen om depressie te behandelen.
Genetische diversiteit in depressieonderzoek
Depressie is een veel voorkomende aandoening, maar de pathogenese ervan wordt nog steeds slecht begrepen. Genetisch onderzoek met behulp van big data biedt nieuwe manieren om de ziekte te begrijpen en heeft tientallen genen geïdentificeerd die verband houden met depressie, die elk op zichzelf slechts een kleine toename van het risico met zich meebrengen. Het zou ook kunnen helpen bij het vinden van nieuwe doelwitten voor medicijnen, maar studies tot nu toe hebben zich vooral gericht op mensen van Europese afkomst, wat volgens onderzoekers een aanzienlijke tekortkoming is, vooral voor een ziekte die zo complex is als depressie.
Het nieuwe artikel maakte gebruik van een verscheidenheid aan genetische onderzoeksmethoden, waaronder genoombrede associatiestudies, een meta-analyse van eerder gepubliceerde gegevens en transcriptoombrede associatiestudies. Het internationale team van onderzoekers beoordeelde genetische gegevens van 21 studiecohorten uit meerdere landen, waaronder bijna 1 miljoen studiedeelnemers van Afrikaanse, Oost-Aziatische, Zuid-Aziatische en Latijns-Amerikaanse/Latijnse afkomst, waaronder 88.316 patiënten met een depressieve stoornis.
Deze studie boekt aanzienlijke vooruitgang bij het identificeren van genen die verband houden met het risico op depressie, waarbij zowel nieuwe verbanden worden blootgelegd als eerder bewijsmateriaal wordt versterkt, en enkele genen worden onthuld, zoals NDUFAF3, die potentiële implicaties hebben voor de ontwikkeling van geneesmiddelen. Het eiwit dat wordt gecodeerd door NDUFAF3 is eerder betrokken bij stemmingsinstabiliteit, en metformine is een eerstelijnsbehandeling voor type 2-diabetes. Dierstudies met metformine hebben aangetoond dat het in verband kan worden gebracht met een vermindering van depressie en angst, dus deze laatste bevinding suggereert verder dat meer onderzoek naar metformine en depressie nodig kan zijn.
Andere genen die in het onderzoek zijn geïdentificeerd, kunnen biologische banden hebben met depressie, zoals een gen dat verband houdt met een neurotransmitter die betrokken is bij doelgericht gedrag en een gen dat codeert voor een eiwit dat eerder verband hield met een verscheidenheid aan neurologische aandoeningen.
Nieuwe horizonten in de behandeling van depressie
Verrassend genoeg ontdekten de onderzoekers dat de genetische hits voor depressie minder overlapten dan verwacht tussen verschillende voorouderlijke groepen, namelijk ongeveer 30% (volgens een nieuwe methode ontwikkeld door het onderzoeksteam om de mate te meten waarin genetische associaties gevonden in de ene voorouderlijke groep gelden voor een andere), wat minder was dan de mate van overlap die eerder werd aangetroffen bij andere eigenschappen en stoornissen. Daarom is het zelfs nog belangrijker om depressie in diverse steekproeven te bestuderen, omdat sommige bevindingen voorouderspecifiek kunnen zijn.
Hoofdauteur professor Karoline Kuchenbaecker (UCL Psychiatry en UCL Institute of Genetics) zei: “Wat we hier zonder enige twijfel laten zien, is dat tenzij we de eurocentrische vooroordelen in genetisch onderzoek overwinnen en naar oorzaken zoeken in diverse populaties over de hele wereld, ons begrip van complexe aandoeningen zoals depressie onvolledig zal blijven.”
"Veel genen die voorheen verband hielden met het risico op depressie, beïnvloeden mogelijk alleen het risico op depressie bij mensen van Europese afkomst, dus als genetisch onderzoek kan bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe medicijnen die mensen van alle voorouders kunnen helpen, moeten onze genetische datasets voldoende divers zijn."
Professor Kuchenback leidde dit onderzoek samen met dr. Xiangrui Meng, promovendi Georgina Navoly en dr. Olga Giannakopoulou. De samenwerkingsverbanden die bij het onderzoek betrokken zijn, zijn onder meer de Psychiatric Genomics Consortium-Major Depressive Disorder Working Group, de China Kadoorie Biobank Collaboration Group, het 23andMe Research Team, het Genes and Health Research Team en het Japanese Biodatabase Project.
Professor Kuchenbaecker voegde hieraan toe: "Dit is een ontdekkingsinspanning in de eerste fase, dus er is meer werk nodig om deze nieuwe doelen te bevestigen, maar het vinden van deze doelen in de eerste plaats is een enorme en belangrijke uitdaging, vooral voor een ziekte die dringend behoefte heeft aan nieuwe medicijnbehandelingen."
Samengestelde bron: ScitechDaily